Ra, ra….. zuil met beeld

De vraag bij deze foto was: herkent u dit beeld en de plek en kunt u er iets over vertellen? 

Het antwoord: U ziet hier de schoorsteen van het roofdierenverblijf tegenover de Rivièrahal van Diergaarde Blijdorp. Dat wil zeggen, het voormalige roofdierenverblijf, want tegenwoordig huizen hier de Gelada-apen. De architect van de diergaarde was Sybold van Ravesteyn. Hij heeft het als een soort ‘gesamtkunstwerk’ ontworpen, dus inclusief de vele beelden, zoals hier het beeld van Orpheus, de zanger en dichter uit de Griekse mythologie. Zowel de schoorsteen als het beeld van Orpheus zijn onlangs prachtig gerestaureerd. Een ander iconisch ontwerp van Van Ravesteyn in Rotterdam was natuurlijk het Centraal Station. 

We ontvingen twee reacties: hartelijk dank Louise en Jan!

Louise van der Werff:
“De bijzondere zuil op deze foto is te bewonderen in Diergaarde Blijdorp. Deze zuil, de schoorsteenpijp van het voormalige roofdierenverblijf, en het beeld waren erg verwaarloosd en zijn recent in oude glorie hersteld tijdens de bouw van een nieuw verblijf voor de gelada’s en de manenschapen, die hun biotoop delen. Er zijn overkapte buitenverblijven gebouwd voor deze uit Afrika afkomstige dieren.

De schoorsteenpijp, een ontwerp van architect Van Ravesteyn, is betegeld met citroengele tegeltjes. Het bijbehorende beeld stelt Orpheus met zijn lier voor; een ontwerp van Willem Kuilenburg. Orpheus is een dichter, profeet en zanger uit de Griekse mythologie. Deze begaafde musicus kon dieren en bomen met zijn muziek laten dansen. Overigens voor de goede orde: sommige van de bovenstaande wetenswaardigheden heb ik ontleend aan door Wikipedia geleverde gegevens.

Diergaarde Blijdorp is mij zo lief! Vanaf mijn zevende levensjaar tot het moment van verlaten van mijn ouderlijk huis woonde ik op een steenworp afstand van de diergaarde aan het Vroesenpark. Al snel kreeg ik van mijn ouders een abonnement voor de diergaarde en ik was daar na schooltijd veel, soms wel dagelijks, te vinden; al was het alleen al voor bezoek aan die heerlijke speeltuin!

Het autoverkeer was in die jaren niet zo intensief als tegenwoordig het geval is en daardoor konden diergeluiden vanuit ons huis goed worden waargenomen. De zeeleeuwen werden bijvoorbeeld om half vier ’s middags gevoederd met haringen en het blaffen van deze dieren herinnerde mij toen telkens weer aan dit gebeuren. Er werden in die tijd wel enige kunstjes van hen verwacht, zoals het balanceren van een bal op hun neus.

In de avond en nacht maakten de gevlekte hyena’s veel lawaai, wat joelen wordt genoemd; een naar en bangmakend geluid, zo duidelijk hoorbaar vanuit je bed. Op woensdagmiddag en in het weekend werden drie chimpansees, gekleed in jurkjes en broekjes, door hun oppasser Chris aan een eettafel geplaatst, zodat zij met bestek van een bordje hun maaltijd konden nuttigen. Dat vond ik als kind, naast de vele andere toeschouwers, prachtig, maar nu, terugblikkend als volwassene, kan ik daar weinig waardering voor opbrengen. Gelukkig zijn deze circusacts al lang geleden door de diergaarde afgeschaft.

Ten slotte: in deze coronatijd heeft Blijdorp het financieel bijzonder zwaar, doordat er geen inkomsten zijn, maar de dieren wel hun goede voeding moeten krijgen en bovendien ook het park onderhouden moet worden. Gelukkig zijn er ondernemingen en particulieren die de diergaarde zoveel mogelijk financieel ondersteunen, opdat het park behouden kan blijven.”

Jan Waard:
“Deze zuil bevindt zich in diergaarde Blijdorp. Ik weet verder geen details over het beeld of waar de zuil zich precies bevond. Maar ik heb nog wel een herinnering aan de diergaarde. Ik ging er weleens naartoe met mijn neefje Peter, toen we een jaar of tien waren. Hij woonde aan de Mathenesserstraat en vandaar liepen we dan naar de diergaarde. We hadden geen kaartje, maar wisten toch binnen te komen. Er was namelijk rechts bij de ingang een muur met een hek en de scheiding daarvan was iets lager en daar klommen we dan overheen. We kwamen dan terecht in wat struiken, dus dat viel niet op. We zijn nooit aangehouden, maar voor de zekerheid zochten we eerst een paar weggegooide kaartjes, zodat we toch bij navraag iets konden laten zien.”